Schone Pampers vervolg

I'm alone. Ik ben helemaal alleen hier in deze wereld. Wat een vreemde droom is dit. Ik lijk wel zo wakker, maar toch is het. Het moet een droom zijn, het kan niet anders. Er is hier helemaal niemand. Alles is hier anders. Maar ineens ziet Leon in de verte. Arend lopen en Arend kwam naar Leon toe. Arend zei. Leon, dat is vreemd. Ik ben hier in een hele vreemde droom en toch lijk ik wakker. Er is iets geks aan de hand. Leon zei: dit is geen droom. We zitten in de hel, Arend. Het is nu echt zover. Is dat echt waar, Leon? Ja, dat denk ik, ja. Arend. Wacht, daar staat een naamplaatje. Kijk eens even wat er op dat naamplaatje staat. Er staat op Transsylvanië. Hel. Ja, zeker. Leon. We zitten in de hel. In Transsylvanië. Wat moeten we doen nu? Ik weet het niet, Arend. Lees het bordje daarheen. Staat daar. Op dat bordje staat verboden te slapen hier in de hel. Wij zullen, als we worden gezien, daar direct worden gevangen gezet en geëxecuteerd. Dat is niet zo mooi, Leon. Nee, Arend. Executie. Godverdomme! Hé, zie je daar die auto? Daarginds? Laten we daar instappen en snel een weg vinden richting de hemel. Dat is een goed idee, ja. Laten we snel in die auto springen. En Leon en Arend stapten de auto in. Ze begonnen te rijden. Ze reden wat over een grasveldje richting de weg en reden de weg op. Welke kant moeten we op, Arend? Ik gok. Rijden maar alsmaar rechtdoor en blijf maar alsmaar rechtdoor rijden. Als we die recht blijven aanhouden, dan kunnen we op een gegeven moment in de hemel terechtkomen. Na de hel komt de hemel natuurlijk, Leon. En met deze auto zijn we daar snel. Oké, gaan dan. En Leon en Arend reden richting wat zij dachten de hemel. Ineens verscheen er een auto in de binnenspiegel. Een achtervolger. Hij naderde snel. Hun reden in een Mercedes, terwijl Arend en Leon in een Skoda reden. De Mercedes naderde snel en er staken ineens vier armen en vier messen uit het raam. Dat waren de boze geesten. Ze komen ons executeren. Arend, riep Leon. Ik ga nog even wat sneller rijden en Leon trapte de gaspedaal helemaal tot aan de bodem in. Dat ging al beter. Deze snelheid leek heel eventjes sneller dan de Mercedes, maar dadelijk kwam de Mercedes alweer aan. Hij ging voor de Skoda rijden, maar Leon wist met een hele handige stuurmanoeuvre de Mercedes weer uit de baan te rijden en draaide zeer snel naar links een gangetje in. De Mercedes ging het gangetje voorbij en moest vol in de remmen, terwijl Leon en Arend het gangetje doorkrosten. Zo snel als ze konden, moest de Mercedes in zijn achteruit, rechts het gangetje insteken en plankgas achter Leon en Arend aan. Maar dat ging maar niet. De Mercedes viel ineens stil. De motor viel uit. Ze hadden pech. Leon en Arend reden plankgas door het steegje terwijl ze riepen: de rapen zijn gaar. We gaan nog niet naar huis. Nog lang niet. Nog lang niet. We gaan eraan. Arend? Ja, Leon, we gaan eraan. De rapen zijn gaar. En ze bleven plankgas door het steegje crossen, alsof ze eigenlijk voor de dood niet meer zoveel schrik hadden. We moeten hier uit die hel, Arend. Dat is veel erger dan de dood. Dus neem maar flink wat risico's. We blijven naar het noorden. Laten we dat zij het noorden rijden. En hopelijk komen we dan in de hemel terecht. Plankgas of niet? Jazeker, zei Arend. Zeker weten, jongen. En voor vele dagen bleven Leon en Arend plankgas de weg rechtdoor vervolgen. Maar nu ineens zagen ze weer in de verte een auto naderen, weer met vier personen uit de ramen en weer met grote messen kwamen ze op hen af Er klom een skelet uit de Mercedes. De skelet sprong boven op de Skoda en zat boven op het dak. Arend riep: "Er zit een skelet op het dak! Leon, schud hem eraf. We gaan naar links en rechts zigzaggen totdat het skelet ervan afvliegt." De Mercedes kwam dichterbij, maar Leon trapte vol op de rem, stuurde en liet de Mercedes voorbijrijden, recht het kanaal in. Weer hadden ze geluk, weer werden ze niet ter executie gebracht. Blank als een naar de hemel, riep Arend. "Zeker weten," suste Leon. "Dit is geen leven. Dit is de hel." "Vertel mij wat," zei Arend. "De rapen zijn gaar, jongen." "Zeker weten. De rapen zijn gaar. Arend, mocht ik dit niet overleven, wil jij dan tegen mijn vriendinnetje zeggen dat ik zoveel van haar hou en nooit meer aan een ander zal denken?" "Dat is toch normaal?" zei Arend. "Dat zal ze toch wel weten?" "Ja, maar dat wil ik voor de zekerheid nog een keer zeggen."

 

I'm alone. Ik ben helemaal alleen hier in deze wereld. Wat een vreemde droom is dit. Ik lijk wel zo wakker, maar toch is het. Het moet een droom zijn, het kan niet anders. Er is hier helemaal niemand. Alles is hier anders. Maar ineens ziet Leon in de verte. Arend lopen en Arend kwam naar Leon toe. Arend zei. Leon, dat is vreemd. Ik ben hier in een hele vreemde droom en toch lijk ik wakker. Er is iets geks aan de hand. Leon zei: dit is geen droom. We zitten in de hel, Arend. Het is nu echt zover. Is dat echt waar, Leon? Ja, dat denk ik, ja. Arend. Wacht, daar staat een naamplaatje. Kijk eens even wat er op dat naamplaatje staat. Er staat op Transsylvanië. Hel. Ja, zeker. Leon. We zitten in de hel. In Transsylvanië. Wat moeten we doen nu? Ik weet het niet, Arend. Lees het bordje daarheen. Staat daar. Op dat bordje staat verboden te slapen hier in de hel. Wij zullen, als we worden gezien, daar direct worden gevangen gezet en geëxecuteerd. Dat is niet zo mooi, Leon. Nee, Arend. Executie. Godverdomme! Hé, zie je daar die auto? Daarginds? Laten we daar instappen en snel een weg vinden richting de hemel. Dat is een goed idee, ja. Laten we snel in die auto springen. En Leon en Arend stapten de auto in. Ze begonnen te rijden. Ze reden wat over een grasveldje richting de weg en reden de weg op. Welke kant moeten we op, Arend? Ik gok. Rijden maar alsmaar rechtdoor en blijf maar alsmaar rechtdoor rijden. Als we die recht blijven aanhouden, dan kunnen we op een gegeven moment in de hemel terechtkomen. Na de hel komt de hemel natuurlijk, Leon. En met deze auto zijn we daar snel. Oké, gaan dan. En Leon en Arend reden richting wat zij dachten de hemel.

Ineens verscheen er een auto in de binnenspiegel. Een achtervolger. Hij naderde snel. Hun reden in een Mercedes, terwijl Arend en Leon in een Skoda reden. De Mercedes naderde snel en er staken ineens vier armen en vier messen uit het raam. Dat waren de boze geesten. Ze komen ons executeren. Arend, riep Leon. Ik ga nog even wat sneller rijden en Leon trapte de gaspedaal helemaal tot aan de bodem in. Dat ging al beter. Deze snelheid leek heel eventjes sneller dan de Mercedes, maar dadelijk kwam de Mercedes alweer aan. Hij ging voor de Skoda rijden, maar Leon wist met een hele handige stuurmanoeuvre de Mercedes weer uit de baan te rijden en draaide zeer snel naar links een gangetje in. De Mercedes ging het gangetje voorbij en moest vol in de remmen, terwijl Leon en Arend het gangetje doorkrosten. Zo snel als ze konden, moest de Mercedes in zijn achteruit, rechts het gangetje insteken en plankgas achter Leon en Arend aan. Maar dat ging maar niet. De Mercedes viel ineens stil. De motor viel uit. Ze hadden pech. Leon en Arend reden plankgas door het steegje terwijl ze riepen: de rapen zijn gaar. We gaan nog niet naar huis. Nog lang niet. Nog lang niet. We gaan eraan. Arend? Ja, Leon, we gaan eraan. De rapen zijn gaar. En ze bleven plankgas door het steegje crossen, alsof ze eigenlijk voor de dood niet meer zoveel schrik hadden. We moeten hier uit die hel, Arend. Dat is veel erger dan de dood. Dus neem maar flink wat risico's. We blijven naar het noorden. Laten we dat zij het noorden rijden. En hopelijk komen we dan in de hemel terecht. Plankgas of niet? Jazeker, zei Arend. Zeker weten, jongen. En voor vele dagen bleven Leon en Arend plankgas de weg rechtdoor vervolgen. Maar nu ineens zagen ze weer in de verte een auto naderen, weer met vier personen uit de ramen en weer met grote messen kwamen ze op hen af

Er klom een skelet uit de Mercedes. De skelet sprong boven op de Skoda en zat boven op het dak. Arend riep: "Er zit een skelet op het dak! Leon, schud hem eraf. We gaan naar links en rechts zigzaggen totdat het skelet ervan afvliegt." De Mercedes kwam dichterbij, maar Leon trapte vol op de rem, stuurde en liet de Mercedes voorbijrijden, recht het kanaal in. Weer hadden ze geluk, weer werden ze niet ter executie gebracht. Blank als een naar de hemel, riep Arend. "Zeker weten," suste Leon. "Dit is geen leven. Dit is de hel." "Vertel mij wat," zei Arend. "De rapen zijn gaar, jongen." "Zeker weten. De rapen zijn gaar. Arend, mocht ik dit niet overleven, wil jij dan tegen mijn vriendinnetje zeggen dat ik zoveel van haar hou en nooit meer aan een ander zal denken?" "Dat is toch normaal?" zei Arend. "Dat zal ze toch wel weten?" "Ja, maar dat wil ik voor de zekerheid nog een keer zeggen."

Arend. Ik moet weer verse patat serveren. Nou toch niet, hè, zei Arend. Jongen, jij stinkt een uur in de wind. Toch niet in deze auto. We moeten nog snel naar de hemel zien te rijden en jij begint hier alweer verse patat te bakken. Waar ben je mee bezig? Leon zei: het spijt me zeer en begon te persen. Binnen de kortste keren zat zijn luier vol. Arend begon te kokhalzen en te hoesten. Hij probeerde zijn hoofd zo snel mogelijk buiten het raam te hangen, maar in de verte zag hij vreemde wezens weer. Nou, een hele hoop. Misschien wel 80, 100. Met allemaal auto's. Allemaal hadden ze een mes. Dat zijn doodseskaders, Leon. Die moeten we uit de weg gaan. Dus vlug hier rechtsaf. En Leon ging rechtsaf, maar de doodseskaders hadden Leon gezien en zetten de achtervolging in. Ze kwamen met wel tien auto's achter Leon aan en Leon ging plankgas rechtdoor. Ze naderden Leon tot op een meter, tot op een millimeter en begonnen toen op de banden in te hakken. Ze lieten één, twee, drie banden springen en toen begon de auto te schuiven en toen rollen en toen vlogen Leon en Arend eruit. Ze vielen allebei op de grond. Helemaal gebroken lagen ze daar.

De doos Oscars kwamen dichterbij en ze zetten een mes op Leons keel. Ze zetten een mes op Arends keel en toen werd Arend wakker. Arend baadde in het zweet en keek verschrikt om zich heen. Want was dat een nare droom? Echt een vreselijke nachtmerrie. Arend had zo hard lopen schreeuwen in zijn droom dat heel zijn stem schor was geworden. Hij liep naar de koelkast om wat te drinken. En hij pakte mineraalwater uit de koelkast. Hij dronk een glas leeg en gorgelde met zijn keel

De kern van onze filosofie

Van al mijn ideeën geef ik 95% weg. De overige 5% vraag ik terug, en dit is de enige prijs van mijn idee. Dit percentage dekt de onkosten, de vergoedingen en de winst voor degenen die werkzaam zijn bij mijn bedrijf. Wij streven ernaar nieuwe ideeën te bedenken om het welzijn van anderen nog beter te maken.

De opofferingen van Romeo Tenderness

Ik heb school betaald, kansen gemist en bijna een heel leven verpest. Dit alles omdat mijn wens tot ideeën een beetje laat is binnengekomen. Daarom vraag ik 5% terug. Het is een erkenning voor de reis en de toewijding die nodig was om deze innovaties te creëren.

Samen sterker: jouw bijdrage telt

Met 95% weggeven heb ik heel veel mensen blij gemaakt. Die blijdschap heb ik nodig om die 5% terug te vragen. Ik ben de bedenker, ik heb jullie geholpen, help mij dan ook. Jouw steun stelt ons in staat om door te gaan met het ontwikkelen van innovatieve ideeën en om het welzijn van velen te verbeteren.